woensdag 15 juni 2011

Niet roken tijdens de puberteit – nu wetenschappelijk bewezen!

In februari kopten de Volkskrant en het NRC: Rokende pubers hebben lange-termijn schade in hun hersenen. Ook het 8-uur journaal weidde er een item aan. Deze berichten waren gebaseerd op gepubliceerd onderzoek van Huibert Mansvelder en Sabine Spijker, van het CNCR in Amsterdam. Zij hadden onderzoek gedaan met “puberende” ratten en muizen die ze nicotine-injecties hadden gegeven, en hadden gedemonstreerd dat nicotine een lange-termijn effecten kon hebben op de hersenen.

Het leuke van wetenschapper én wetenschapsjournalist zijn, is dat je naar bijeenkomsten kunt gaan waarbij zulke onderzoekers een presentatie geven, en soms ook extra of nieuwe resultaten laten zien. Zo gaf Huibert Mansvelder op 30 mei in Lunteren het openingspraatje voor het jaarlijkse Nederlandse Neurowetenschappen (ENP)-congres en sprak ik later tijdens deze bijeenkomst Sabine Spijker persoonlijk, waardoor ik meer details over dit onderzoek te weten kon komen.

Het onderzoek met puber-ratten

In het onderzoek in Nature Neuroscience, dat de basis was voor alle media-aandacht begin dit jaar, richten de onderzoekers zich op het uitzoeken of er inderdaad een lange-termijn schadelijk effect is van nicotine. Nicotine uit sigaretten hecht zich aan “receptoren” (de beta-2-nicotine receptoren) in de hersenen, die voor het fijne (en verslavende) effect zorgen. Deze receptoren bevinden zich voornamelijk in een hersengebied dat de prefrontale cortex heet (PFC). Dit gebied van de hersenen ontwikkelt zich vrij laat, tot ongeveer het 20e levensjaar, maar pubers beginnen vaak op een vrij jonge leeftijd met roken. Om uit te zoeken of dit inderdaad schadelijk is, wendden deze onderzoekers zich tot het favoriete proefdier van de neurowetenschappen: de rat.

Voor dit onderzoek werden “puberende”-ratten (34 dagen oud) getraind voor een aandachtstest, waarbij de dieren in een kooitje met 5 lampjes zitten. Heel kort gaat één lampje aan, de rat moet dan naar dat lampje toelopen en daarna zo snel mogelijk naar de andere kant van de kooi, waar voedsel tevoorschijn komt - maar alléén als hij bij het juiste lampje is geweest. Nadat de ratten hierop getraind waren injecteerden de onderzoekers een hoeveelheid nicotine, dat overeenkomt met het roken van een sigaret, en werd de test herhaald. Dan bleek dat de ratten veel minder goed waren in deze taak: ze maakten vaker fouten en deden ook langer over het bereiken van het voedsel. Dit effect verdween niet nadat de ratten ouder werden, zelfs als de ratten 5 weken lang geen nicotine meer kregen, hadden ze als volwassen beestjes nog moeite met deze taak. Dit onderzoek werd door Volkskrant, NRC en de NOS opgepikt ter ondersteuning van het ontmoedigingsbeleid van roken onder jongeren. Maar de wetenschappers gingen na deze publicatie verder: ze wilden ook weten wat het mechanisme hiervan is.

Nieuw onderzoek: het mechanisme

Tijdens het congres werden nieuwe data gepresenteerd: de onderzoekers wilden namelijk zeker weten dat de beta-2 nicotine-receptoren belangrijk zijn voor dit effect. Hiervoor gingen ze over naar muizen, die makkelijk genetisch veranderd kunnen worden (in tegenstelling tot ratten). Ze maakten muizen die deze receptoren niet hebben, in deze muizen had nicotine inderdaad verder geen effect op de prestaties in de aandachtstest. Daarna brachten ze deze nicotine-receptoren weer terug bij deze muizen, maar alléén in de prefrontale cortex, het bewuste hersengebied. En inderdaad, het negatieve effect van nicotine op de aandachtstest kwam terug! Dus het zijn exact díe receptoren die het eerder beschreven effect van nicotine veroorzaken. Door dit onderzoek is nu ook de moleculaire basis van het schadelijke, lange-termijn effect opgehelderd, wat verdere implicaties zou kunnen hebben voor behandelen of voorkomen van zulke effecten. Door deze receptoren te verzwakken, met bijvoorbeeld medicijnen, kan voorkomen worden dat in de puberteit de permanente schade optreedt; bij volwassenen kan misschien de verminderde aandacht worden teruggebracht met versterkers van de receptoren.

Maar om nu dit onderzoek onmiddellijk zo te vertalen naar de humane situatie is gevaarlijk omdat knaagdieren niet hetzelfde zijn als mensen. Vragen uit de zaal over meeroken of over hoeveel sigaretten tijdens de puberteit schadelijk zijn, werden dan ook heel voorzichtig beantwoord. Zoals de vraag of die ene sigaret die je ooit als 14-jarige hebt uitgeprobeerd om stoer te zijn ook een schadelijk effect heeft... Het is nog te vroeg om hier uitspraken over te doen, maar de aanname dat roken niet alleen slecht is voor je longen, maar ook voor je hersenen, lijkt met deze studie wel wetenschappelijk onderbouwd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen