donderdag 10 mei 2012

Worden vrouwen ooit sneller dan mannen?


In 2004 werd voorspeld dat in de toekomst vrouwen sneller zouden zijn dan  mannen op de 100 meter sprint (zie bijvoorbeeld hier). Dit zou gebeuren op of nabij de Olympische Spelen van 2156: de vrouw in kwestie zou de 100 meter in 8,079 seconden afleggen, tegenover een man in 8,098 seconden. Een miniscuul verschil maar genoeg voor een grote overwinning van het vrouwelijke geslacht. Dit werd voorspeld omdat de toptijden van vrouwen de afgelopen jaren sneller gedaald waren dan de mannelijke toptijden. Als deze trend voort zou zetten, zouden dus in 2156 de eerste vrouwen de mannen voorbij lopen. Het onderzoek werd toen al met de nodige scepcis ontvangen, en er verschenen al meerdere studies die lieten zien dat het de verschillen tussen mannen en vrouwen niet steeds kleiner werden, maar deze "gender gap” aan het stabiliseren is (zie bijvoorbeeld een commentaar op de website van Nature). 

Ook onderzoekers van de faculteit Economie uit Maastricht geloofden niet dat vrouwen ooit sneller zullen worden dan mannen. Zij bekeken het verkleinen van de “gender gap” echter vanuit een heel andere persperctief: de economie. De onderzoekers selecteerden tien sportonderdelen waarin het verschil in prestatie tussen mannen en vrouwen de afgelopen decennia duidelijk kleiner is geworden: 100 meter sprint, 800 meter sprint, de marathon, hink-stap-sprong, polsstokhoogspringen, verspringen, hoogspringen, 100 en 1500 meter zwemmen (vrije slag) en 500 meter schaatsen. Ze berekenden bij al deze onderdelen de “Gender World Record Ratio” (GWRR) – de verhouding tussen de mannentoptijd en de vrouwentoptijd (of de vrouwenafstand en de mannenafstand bij ver- en hoogspringen).

De onderzoekers ontdekten een patroon in de snelheid van de vrouwelijke inhaalslag bij verschillende onderdelen, er waren twee duidelijk verschillende trends waar te nemen. Bij zes onderdelen (100 meter sprint, hoogspringen, verspringen, en de zwem-en schaatsonderdelen) verliep de GWRR-toename volgens een rechte lijn, die de afgelopen jaren afvlakt. Bij de vier andere onderdelen, (800 meter sprint, hink-stap-sprong, marathon en polsstokhoogsrpingen) zagen de onderzoekers dat de toename van de GWRR-ratio verliep volgens een S-vormige curve: de inhaalslag van de vrouwen verliep eerst heel snel, en vlakt daarna ook af (zie in onderstaand plaatje).

  
Figuur 1 van het artikel: links een lineaire toename van de GWRR, rechts een S-vormige curve, in beide curves is de afvlakking duidelijk te zien.

Dit verschil tussen een lineaire en S-vormige toename is volgens de onderzoekers economisch te verklaren. Bij veel sporten heeft het namelijk behoorlijk lang geduurd voordat vrouwen mee mochten doen met de olympische spelen. Marathonlopen, bijvoorbeeld, werd pas in 1984 een Olympisch onderdeel voor vrouwen, de hink-stap-sprong in 1996 en polsstokhoogspringen pas in 2000. Dit zijn precies de onderdelen die een S-vormige toename in GWRR laten zien. Pas jaren na de sociale acceptatie van deze sporten voor vrouwen werd de snelle toename geobserveerd.

De onderzoekers maakten vervolgens een “human capital model”, dat in de economie veelvuldig wordt gebruikt om salarisverschillen tussen mannen en vrouwen te verklaren. Dit houdt in dat pas als het sociaal geaccepteerd wordt voor vrouwen om deel te nemen aan bepaalde activiteiten (zoals betaald werk, of een marathon lopen), er eerst slechts een aantal vrouwen dit echt gaat doen. Pas later volgt de grotere massa. Er is investering (“human capital”) van een hele groep nodig is om tot een topprestatie van één persoon te komen. Daarom zijn er meerdere jaren nodig om de werkelijke inhaalslag te voltooien. In het geval van sport kun je denken aan specifieke trainingsprogramma’s voor vrouwen, wetenschappelijk onderzoek naar prestaties van vrouwen en toeapassing hiervan in de training. Zo duurt het dus vele jaren nadat de eerste vrouw een marathon loopt, voordat vrouwen over de hele linie beter gaan presteren.

De onderzoekers berekenden aan de hand van dit model hoe lang het zou duren na het toestaan van een sport voor vrouwen tot er nieuwe wereldrecords gebroken zouden worden. Voor het polsttokhoogspringen komen ze precies uit bij de jaren die het duurde van de invoering van de sport voor vrouwen tot het afvlakken van de S-curve, kortom, het moment dat de GWRR-ratio niet meer verder toeneemt.

Dus, concluderen zij, nu de sociale verschillen tussen mannen en vrouwen bij de meeste sportonderdelen zijn weggevallen en er genoeg jaren overheen zijn gegaan voor vrouwen om zich optimaal te ontwikkelen, zullen de verschillen tussen mannen en vrouwen niet meer kleiner worden. Dus in 2156 zal er gewoon een man de 100 meter sprint winnen, helaas.

Lees het originele artikel hier en het persbericht van de Universiteit van Maastricht hier.

Dit artikel verscheen in de Tribune, het clubblad van triatlonvereniding GVAV te Groningen en op Sync

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen