maandag 12 september 2016

Jongens, meisjes en ingebakken vooroordelen.

Volgepakt met bagage, peuter en twee bakken AH-to-go salade stapten we rond half 8 's avonds in een trein richting Groningen, nog bezweet van de ochtend in warm Barcelona. De peuter stuiterde ook vrolijk mee de coupe in, nog net niet helemaal uitgeput van de reis. Tegenover ons in het gangpad een wat ouder stel uit Friesland die dochter en kleinkinderen hadden bezocht. We raakten aan de praat over onze citytrip gecombineerd met mijn conferentie, dat ik aan het werk was en manlief met de peuter de toerist uithing, en dat de peuter het wonderbaarlijk leuk vond in zo’n grote stad. “Dat komt omdat hij een jongens is”, zei de dame zonder een spier te vertrekken. “Die houden wel van dat soort dingen.” Ik reageerde enigszins verbaasd, waarom zou een meisje dat niet leuk vinden? “Ach, meisjes vinden andere dingen leuk, die zijn minder ontdekkend dan jongens.” Ik overwoog met een betoog te komen, maar had eigenlijk ook wel honger dus liet haar maar even.

Niet veel later kwamen er twee jonge jongens bij zitten, die samen naar een voetbalwedstrijd waren geweest. Ook met hen raakten we aan de praat. Eén wilde de opleiding tot luchtverkeersleider gaan doen, de andere werkte in de zorg. “Goh,” zei de vrouw, “dan zul je wel een van de weinige mannen zijn.” Dat kon de jongen beamen, waarna de vrouw vervolgde “Tja, maar je ziet toch dat het zelfs in de zorg de mannen zijn die de topposities krijgen, vrouwen willen dat blijkbaar toch gewoon niet.” Toen kon ik me niet langer inhouden.

Ik vertelde haar dat het vooral cultureel is, dat vrouwen in Nederland geen topposities hebben. Dat het feit dat vrouwen met kinderen hier vaak 3 dagen werken komt omdat vrouwen met kinderen hier nou eenmaal vaak 3 dagen werken. Dat in veel landen in Zuid-Europa vrouwen met kinderen wél fulltime werken en dus ook vaker hoge posities hebben. Dat in andere landen bijvoorbeeld vrouwen veel vaker bèta-studies doen. Dat het feit dat meisjes niet goed in wiskunde zijn, komt omdat het nou eenmaal gedacht wordt dat meisjes niet goed in wiskunde zijn. Dat als een meisje zessen haalt voor bèta-vakken ze afgeraden wordt om scheikunde te gaan studeren, en dan als een jongen met dezelfde cijfers dat wil, dat als geen probleem wordt gezien. Dat in bijvoorbeeld Italië juist veel meisjes scheikunde studeren. En dat ik net 4 dagen op een conferentie was geweest waar dit soort dingen ook besproken werden.  

Daar was ze even stil van. Ik hoop dat het kwartje is gevallen. En ik hoop dat ze er iets van in haar achterhoofd houdt als ze haar 5 kleindochters bezoekt.

Daarna was het gelukkig nog heel gezellig in de trein. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen