donderdag 31 maart 2011

De perfecte ultra-marathon atleet

Voor de perfecte triatlon kun je maar beter niet al te dik, zwaar en groot zijn, alhoewel een paar goede (been)spieren je wel vooruit kunnen helpen. Maar is er een perfect triatlon-lichaam? Een optimum tussen dun en gespierd, tussen lang en kort, tussen snelheid en uithoudingsvermogen? Hiernaar is veel onderzoek gedaan bij marathon-lopers, en voor een andere extreme duursport is dit ook uitgezocht: de ultra-marathon.
 
Ultra-marathons zijn hardloopwedstrijden die langer zijn dan de klassieke marathon, hieronder vallen wedstrijden van 50 kilometer, waar sommige triatleten zich nog wel eens aan wagen, maar ook zeer extreme wedstrijden zoals de Swiss Jura marathon waarbij lopers in 7 dagen 350 kilometer hardlopend moeten overbruggen, met daarbij 11.000 meter hoogteverschil. Als je dit kunt voltooien, dat ben je pas een bikkel!

Maar terug naar het ideale lichaam – het zal niemand verbazen dat ultra-marathonlopers over het algemeen een vrij lage BMI hebben, en weinig vet op de bovenarmen en benen bezitten. Onderzoekers uit Zwitserland waren benieuwd of deze ultra-lopers bepaalde andere, specifieke, lichamelijke kenmerken hebben die nodig zijn om zo’n bizarre wedstrijd goed te kunnen voltooien. Ze keken hierbij naar allerlei lichaamskenmerken (antropometrische variabelen) zoals gewicht, lengte, Body Mass Index, procent lichaamsvet, omtrek van de ledematen en huidplooidikte. Bij al deze kenmerken is een verband gevonden met hardloopprestaties op verschillende afstanden (van 100meter tot de marathon). Maar een eventueel verband tussen specifieke lichaamskenmerken en finishtijden op zulke lange-afstandswedstrijden waren nog niet bekend.

Voor deze studie werden 34 deelnemers aan de Swiss-Jura-wedstrijd uit 2008 onderzocht. Naast het meten van hun antropometrische variabelen werden de deelnemers ondervraagd over hun hardloopervaring. Verschillende aspecten passeerden de revue, zoals hoeveel jaar de lopers al actief de sport beoefenden, hoe vaak en hoe veel ze gemiddeld trainden per week, wat dan de gemiddelde trainingssnelheid is, en wat hun persoonlijk record is op de marathon. Vervolgens vergeleken de onderzoekers álle eigenschappen met de tijd waarin de lopers de wedstrijd voltooiden (en of de hardlopers uberhaupt de eindstreep haalden - bij 9 van hen was dit niet het geval).

Wat bleek: de precieze lichaamsbouw had geen invloed op de eindresultaten. Het enige wat echt significant verschil maakte was het persoonlijke record op de marathon, wat weer afhangt van de gemiddelde snelheid gedurende trainingen. En de enige manier om sneller te worden tijdens het trainen is door simpelweg meer te trainen... Het is beschreven (onder andere in Outliers van Malcolm Gladwell) dat er 10.000 uur investering nodig zijn om ergens écht goed in te worden: viool spelen, schilderen, ijshockey, hardlopen...

Een simpele rekensom laat zien dat bij zo’n 8 uur training per week (geen overbodige luxe voor zo’n zware wedstrijd), élke week (dus alle 52 weken per jaar), iemand pas na 25 jaar die 10.000 uur heeft volgemaakt... Blijven trainen dus! Misschien geen toevalligheid dat de gemiddelde leeftijd van de ultra-marathon-lopers in deze studie ook bijna 45 jaar is. Dus de Gouden Regel: verwacht niet op je 30e een utra-marathon te lopen en blijf veel trainen! Maar ik geloof dat een beetje lichamelijk aanleg ook geen kwaad kan.

Dit artikel verscheen in de Tribune, het clubblad van Triathlonvereniging GVAV te Groningen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen