dinsdag 7 februari 2012

Is het de atleet of het materiaal?

Bij de wereldkampioenschappen lange-baan-zwemmen in Rome, in 2009, werden maar liefst 43 wereldrecords gezwommen. Een ongekend hoog aantal, in een gemiddeld jaar zijn dit er veel minder. Meer dan 90% van deze wereldrecords staan nog steeds. Dat jaar stond ook in het teken van de lichaamsbedekkende polyurethane zwempakken, die sinds 2008 steeds meer gebruikt werden door zwemmers. De correlatie tussen de zwempakken en de snelle zwemtijden werd snel gelegd en de FINA verbood daarop het gebruik van deze pakken. Sinds de terugkeer naar de gewone Speedo in 2010 zijn er slechts 2 wereldrecords gebroken.

Die snelle tijden, dat lag dus aan de pakken - was de simpele conclusie van dit interessante jaar voor de zwemsport. Maar onderzoekers van Northwestern University in Chicago wijdden er een uitgebreid onderzoek aan om het 100% zeker te weten. Er zijn namelijk andere factoren die een plotselinge toename van de zwemsnelheid zouden kunnen verklaren, zoals veranderingen in regels, standaardisatie van de condities (diepte van het zwembad of hoogte van de startblokken, watertemperatuur), en verbeterde zwemtechnieken en/of training. 


De onderzoekers analyseerden wedstrijdgegevens van 1990 tot 2009, en keken daarbij naar al deze variabelen. Ze vergeleken de toename van de zwemsnelheid over de afgelopen twee decennia met de finishtijden van korte-baan sprinters. Hardlopen, stelden de onderzoekers, is een vergelijkbare sport, net als zwemmen aangezien gaat het om een individuele prestatie van vergelijkbare duur. Het bleek dat de zwemmers in die 20 jaar 6% sneller waren geworden, tegenover slechts zo’n 3% bij de hardlopers.
De verklaring van dit verschil kan niet gezocht worden bij een betere sportwetenschap, volgens de onderzoekers, omdat zulke kennis snel wordt geïmplementeerd in verschillende sporten. De snellere tijden moeten dus gezocht worden in een specifieke verandering in de zwemsport. Het is ook niet zo dat er in 2009 ineens veel meer nieuwe talenten binnenstroomden in het olympisch zwemmen, of dat er één uniek supertalent was dat alle wereldrecords binnenhaalde. Veranderingen in de regels of de diepte van de zwembaden waren er in de afgelopen 20 jaar ook niet geweest.
Kortom, zeggen de onderzoekers, het waren inderdaad de technische zwempakken die hebben gezorgd voor die enorme berg wereldrecords in 2008 en 2009. De beslissing van de FINA om deze pakken te verbieden is dus een goede, alhoewel de records uit die tijd nog wel decennia de zwemsport zullen blijven achtervolgen. Knappe zwemmer die zo’n record breekt!
Maar is het wel de goede beslissing geweest? Zou de klapschaats dan ook niet verboden moeten worden - daardoor gaan we nu ook een stuk harder dan op de houten onderbindertjes (zie een eerder artikel over de evolutie van het schaatsen)? Of moeten we Lance Armstrong op een ijzeren racefiets met schakelingen aan het stuur en bandjes om de schoenen zetten? Dat zal niemand willen. Maar de scheidslijn tussen de rol van goed materiaal en een goede atleet
bij een betere prestaties wordt wel vaag op deze manier.

De beroemde Zuid-Afrikaanse atleet-zonder-benen, Oscar Pistorius, is het boegbeeld van deze discussie geworden. Hij heeft geen benen maar een paar springveren waarmee hij heel hard kan lopen, harder dan een gewone atleet. Hij wilde meedoen met de gewone olympische spelen en raakte verwikkeld in een juridisch gevecht met de atletiekunie (IAAF) en kreeg gelijk. In 2011 deed hij mee met de wereldkampioenschappen Echter, hij wist zich niet te kwalificeren voor de 400 meter, dus zal hij niet meedoen.  

De vraag blijft wat het verschil is tussen springveren, een badpak en klapschaatsen. Het zijn allemaal hulpmiddelen die de sporter helpen met sneller te rennen, zwemmen, en schaatsen. Wilde de IAAF deelname van Pistorius verbieden om te voorkomen dat er atleten zijn die hun benen laten vervangen door springveren om die felbegeerde medaille te halen? Dit gaat natuurlijk wel een flinke stap verder dan een paar klapschaatsen of een zwempak - maar sporten gaat, als je het mij vraagt, om een menselijke prestatie en de atleet moet het dus wel zélf doen.
Dit artikel verschijnt in de Tribune, het clubblad van Triathlonvereniging GVAV in Groningen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen