dinsdag 16 oktober 2012

Werken en feesten - Recensie van "Een beetje opstandigheid"

DOOR: EVA TEULING - NOORDERLICHT RECENSIE TEAM
'Werken en feesten vormt schone geesten', was de lijfspreuk van Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. Maar die schone geest kon in haar ogen ook best een NSB'er toebehoren. Patricia Faasse heeft het leven van 'Hans' uitgebreid in kaart gebracht in 'Een beetje opstandigheid'.
Een beetje opstandigheid, cover.
De eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland - Aletta Jacobs zeker? Nee, dat was de eerste vrouwelijke studente in Nederland, de eerste hoogleraar is bijna net zo onbekend als Aletta Jacobs beroemd is. Dus, vond wetenschapshistorica Patricia Faasse, moest er maar eens een boek geschreven worden over deze bijzondere vrouw: Johanna Westerdijk, hoogleraar in de plantenziektekunde.

Johanna Westerdijk werd aan het eind van de 19e eeuw geboren in Amsterdam, haar vader was daar huisarts. Ze was een slimme leerling en had al vroeg veel interesse in de biologie. Na haar (onvolledige) middelbare schoolopleiding studeerde ze biologie, maar mocht officieel geen examens afleggen vanwege het gebrek aan vooropleiding. Toen zij vervolgens doorging met haar onderzoek, mocht ze ook niet zomaar promoveren omdat ze die biologie-titel niet had. Door uit te wijken naar München en later Zürich heeft ze uiteindelijk haar doctoraat weten te halen.
Het is 1906 als ze gevraagd wordt directeur te worden van een privaat gerund plantenziektekundig laboratorium in Amsterdam. Ze is dan pas 23 jaar oud, maar ze aanvaart de functie en gaat vol enthousiasme aan het werk. Het laboratorium zit in een veel te klein, donker pand, maar pas als de oorspronkelijke eigenaar overlijdt in 1917, verhuist het laboratorium naar een ruimer pand, Villa Java, in Baarn.
Ondertussen is Westerdijk ook directeur van het bureau Schimmelcultures, dat in beginsel niet veel voorstelt maar onder haar auspiciën uitgroeit tot een gerenommeerd instituut, nu onderdeel van de KNAW en nog steeds één van de grootste schimmelcollecties van de wereld. In Baarn groeien beide instituten uit tot belangrijke onderwijs- en onderzoeksinstituten, waar studenten uit Utrecht, Amsterdam en later heel Nederland cursussen volgen. In haar bijna 40-jarige loopbaan zal Westerdijk meer dan vijftig promovendi opleiden.
Oh, was ik maar een man
Westerdijk was een ambitieuze vrouw, die met veel toewijding voor haar planten, en later ook haar schimmels zorgde. Zeker in het eerste deel van het boek wordt veel aandacht geschonken aan haar problemen met het ‘vrouw zijn’. Al op de middelbare school laat ze zich ‘Hans’ noemen. Meerdere keren doet ze in brieven aan haar vriendinnen uitlatingen als ‘oh, was ik maar een man’. Ze denkt dat haar leven beter was geweest als ze dezelfde privileges had gehad als een man.
In 1914 bezoekt Westerdijk, na een verblijf in Indië, de Verenigde Staten. In Nederland was toen nog geen stemrecht voor vrouwen, maar in de Verenigde Staten wél. Echter, ontdekt Westerdijk snel, gelden in de VS weer hele andere regels voor vrouwen. In restaurants is er bijvoorbeeld een aparte deur voor vrouwen. Ze heeft veel moeite met deze dubbele moraal en verzucht dat een vrouw dan beter in Nederland kan zijn, zonder stemrecht, maar wel met veel meer morele en sociale vrijheid – uitspraken die haar niet in dank worden afgenomen.
Later, als directeur van het steeds groter wordende instituut, blijft ze strijden voor gelijke rechten voor vrouwen. Ze is lid, en later directeur, van de International Federation of University Women, leidt meer vrouwen dan mannen op en heeft altijd meer vrouwelijke werknemers dan mannelijke. Het feit dat ze nooit getrouwd is, en altijd kinderloos is gebleven, heeft natuurlijk vragen opgeroepen over haar seksuele geaardheid, die altijd onbeantwoord zullen blijven.
Hardwerkend feestbeest met vrije geest
Het boek geeft mooi weer hoe Hans groeit van opstandige, vrije en feestende biologie-studente tot hoogleraar die keihard moet werken om de beide instituten financieel overeind te houden, en tegelijkertijd aan de vraag naar het vele onderwijs moet voldoen. Maar ook tijdens haar topjaren als docente en directeur, blijft ontspanning een belangrijk aspect van het werk op de villa in Baarn. In een nieuw bijgebouw laat ze dan ook in steen haar lijfspreuk hakken: ‘werken en feesten vormt schone geesten’ – wat ze dan ook veelvuldig doen in Baarn.

Net als iedereen had het bureau van de Schimmelcultures het moeilijk tijdens de oorlog, toen er geen studenten waren, maar de vele duizenden schimmels wél onderhouden moesten worden. Aan het einde van de oorlog delen de medewerkers hun schaarse eten met de schimmels om ze te laten overleven. Westerdijk wordt het niet in dank afgenomen dat ze in de oorlogsperiode de belangrijke schimmels penicillum aan Duitsland heeft gegeven, wat belangrijke consequenties in het verloop van de oorlog zou hebben kunnen gehad. Westerdijk heeft altijd beweerd dat ze zéker niet de beste stammen aan Duitsland heeft gegeven, die zou ze hebben bewaard voor Nederland. Ook werkte er in de oorlog een NSB’er in Baarn, wat tot de nodige aanvaringen met het personeel leidt. Maar politieke voorkeur was voor haar niet van belang, zij vond dat wetenschap voor ging, en dat iedereen echte wetenschap een ‘schone geest’ zou hebben.
Het boek is een zeer precieze beschrijving van de verschillende periodes in Westerdijks leven. Faasse, als historica, heeft dit zeer grondig aangepakt en heel veel onderzoek gedaan. Maar soms is het iets te grondig. Het meer dan driehonderd pagina’s tellende boek is een verzameling van vele historische gegevens over Westerdijk, haar familie, haar vrienden, haar collega’s, de universitaire politiek in die tijd, en nog veel meer. Hierdoor leest het soms bijna als een geschiedenisboek, waarin lang niet alle feiten even nuttig zijn voor het verhaal. Het staat ook bol van de lange passages uit brieven van Westerdijk naar vele verschillende personen, die letterlijk in oud-Nederlands (en soms zelfs Frans en Duits) worden overgenomen, wat de leesbaarheid niet bevordert.
Echter, de vele historische feiten maken dat het boek een prachtig tijdsbeeld geeft van de verschillende periodes die het beslaat. Ook de overeenkomsten met de huidige universitaire wereld zijn opvallend: altijd geld tekort, altijd te weinig tijd om én studenten les te geven, én onderzoek te doen, én aan de universitaire bureaucratie te voldoen – dit is nu nog steeds dagelijkse praktijk. Verder is het als bioloog leuk om over de geschiedenis van de plantenziektekunde te lezen. Vele belangrijke hoogleraren uit die tijd, zoals Van Went en Ritzema Bos, leven nog altijd voort als gebouwen op Universiteiten, waar ik vaak geweest ben.
Ik had nog nooit van Johanna Westerdijk gehoord, maar na het lezen van dit interessante boek weet ik nu alles van haar, én nog veel meer dingen over de geschiedenis van het biologie-onderwijs in Nederland.
TitelEen beetje opstandigheid – Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland
Auteur: Patricia Faasse
Uitgeverij: Atlascontact, 2012
hardcover, 320 pagina's, 39,95 euro
ISBN: 9789025439446

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen